stichting-rolf.nl

LES 5: Geld!

Tekst: 'De schoften van Scoonderloo'

In de grienden onder Peyndrecht waren griendwerkers aan de arbeid. Zij kapten het riet, de elzen en wilgen. Ze verkochten de wilgentenen en vooral de dunne, soepele eerstejaars twijgen aan de mandenvlechters. De wat dikkere goed gedroogde stammetjes en ook het zogenaamde hakhout ging naar herbergiers en anderen die het gebruikten voor het fornuis om op te koken. Er was altijd gebrek aan brandhout.

Ruige Rufus, een stevige gedrongen griendwerker, woonde samen met zijn vriend Dorstige Sijmen in een woonboot in de grienden. De woonboot bestond uit een grote platte schuit met daarop een hut gebouwd. In die hut woonden de twee vrienden al vele jaren. De schuit konden ze bij hoogwater verplaatsen. Zo namen ze hun woonboot mee door de grienden naar die plekken waar ze aan het werk moesten. Rufus mopperde altijd op hun bestaan. Hij wilde graag een wat makkelijker, rijker leven maar daar was hij helaas niet voor in de wieg gelegd. Zijn vriend Sijmen was tevreden met zijn leven. Als de zon scheen en er wat te zuipen viel, was het leven nog niet zo slecht. Ze hielpen als het nodig was Lambert de visser die verderop aan de Maesch zijn huisje had samen met zijn zoon Abe. Lambert had jaren geleden zijn vrouw verloren aan de koorts. Met zijn zoon viste hij regelmatig op de Maesch en verkocht zijn vis aan de boeren in Peyndrecht, Carnisse en omgeving. Door zijn jarenlange ervaring kende Lambert de Maesch en de Wael en hun kuren als geen ander. Ook de eilandjes en waterwegen aan de overkant van de Maesch en de Wael waren voor hem niet onbekend. Bij slecht weer had hij daar vaak beschutting gezocht van de eilandjes.

En op diverse eilandjes had hij hutten gezien van vreemde lieden die daar waarschijnlijk zonder toestemming van de heer van Putten of van andere heren met moerneren of zoutwinning bezig waren. Ze groeven diepe kuilen langs de oever. Ze gingen op zoek onder het zand en de klei naar het veen dat duizenden jaren het zoute zeewater had geabsorbeerd. Dit zoute veen noemde men “darink”. Het werd in speciale oventjes ter plekke verbrand en de as vermengd met zeewater werd vervolgens gekookt. Dit deed men net zolang tot het water was verdampt en er zout overbleef. Het zout leverde veel op omdat men over het algemeen aangewezen was op zout uit de mijnen van de Franse koning of de keizer uit Lotharingen.

De laatste tijd zag hij steeds meer mensen, zelfs hele gezinnen, die bezig waren met moerneren. Hij had onlangs nog een grote hoeveelheid graan, kruiken met bier en manden vol vis met één van hen geruild voor enkele vaatjes zout.
“Ik vind het voor vandaag wel weer welletjes”, zei Sijmen tegen zijn vriend Rufus.
Ze hadden samen een berg griendhout gekapt en vervolgens de wat grotere takken samen gebonden in bundels. Dat deden ze met een paar dunne twijgen. Het hakhout werd ook gebundeld net als de wat stevigere stammetjes. Een en ander werd op een grote slee geladen en naar een wat hoger gelegen plek versleept waar het kon drogen. Daar zaten ze naast elkaar op een stam van een omgevallen oude wilg. Hij haalde een doek uit zijn zak en veegde het zweet van zijn gezicht.
“Jij gaat zeker naar Adriaan?” vroeg Rufus.
“Hoe raad je het. Niet te geloven. Ik bewonder je zo om je inzicht. Jij snapt altijd als geen ander wat er in een mens omgaat.” “Houd je kop Sijmen, je verstoort de rust hier in de grienden met je gekwetter. Ga jij maar naar de herberg, ik ga een dutje doen in onze hut.”
“Ook goed, ook goed. Ik wist niet dat je kwaad werd. Ik zal die lieve Maaike de groeten doen.”
“Vergeet niet wat brandhout mee te zeulen voor de herbergier anders kan je fluiten naar je bier”, zei Rufus.
Hij stond op en draaide zich om en ging zonder nog even om te kijken op weg naar zijn woonboot die wat verderop lag in een zijtak van de Maesch.
“Zie je wel. Je hebt altijd goede ideeën. Ik zal inderdaad wat hakhout meenemen. Tot vanavond Rufus. Slaap lekker!”
Sijmen stond op en nam een bos hakhout van de stapel. Hij legde het op zijn schouder en liep met flinke pas over duistere kronkelige paadjes de grienden uit in de richting van de dijkweg naar Portegael.
Uit: Rolf en de schoften van Scoonderloo


Terug naar het lesoverzicht

In samenwerking met: De Onderwijs Innovator • Bert van der Ven • Utilitas productions • Theo van Aarsen • Hans Brouwer